Lüscher-Diagnostics


Lüscher-Diagnostics


Elke psychologische theorie die de mens wil begrijpen zonder zijn streven naar betekenis, zonder harmonie, ziet slechts gedeeltelijke aspecten. Ze mist de noodzakelijke betekenisorde die a priori tot het wezen van de mens behoort. (Max Lüscher)

Max Lüschers interesse in fysionomie en de wetenschap van de expressie motiveerde hem om op 16-jarige leeftijd intensief onderzoeksmethoden te bestuderen. De schoolpsycholoog en universitair docent toegepaste psychologie Ernst Probst herkende zijn psychologische talent. Hij moedigde hem aan door hem verschillende opdrachten te geven, zoals het onderzoeken van de betekenis van kleur in de Rorschachtest. Dit was het begin van Lüschers kleurdiagnostiek. Tot de eerste presentatie van de kleurentest op het Wereldcongres voor Psychologie in Lausanne in 1947, ging er vijf jaar intensief onderzoekswerk voorbij voordat hij het in 1949 kon afsluiten met zijn proefschrift over "Kleur als psychologisch onderzoeksmiddel". In zijn proefschrift schetst hij in een paar zinnen de overwegingen over de keuze van kleur als psychodiagnostische methode voor een persoonlijkheidstest.

Kleur als instrument

Max Lüscher ginguit van het principe dat de verschijning van kleur objectief is voor de menselijke waarneming. Uitgaande van dit feit richtte hij zijn aandacht op de individuele ervaring van een bepaalde kleurverschijning. Met behulp van categorische psycho-logica ontwikkelde hij een methode waarmee de objectieve betekenis van de kleurkwaliteit kan worden bepaald. Zodra de objectieve betekenis is vastgesteld, kunnen conclusies worden getrokken over individuele neigingen en behoeften op basis van het reactieve gedrag van het individu. Alle testkleuren werden op deze manier categorisch bepaald.

Als in het algemeen en onafhankelijk van cultuur kan worden vastgesteld dat bijvoorbeeld de testkleur oranje-rood als stimulerend en dus als actief wordt waargenomen, in tegenstelling tot het kalmerende effect van donkerblauw, dat als passief wordt waargenomen, kan het als instrument in zijn objectieve psychologische betekenis worden gebruikt. Als het individu nu in de loop van de test het actief waargenomen effect als sympathieker ervaart dan het passieve, kunnen er uitspraken worden gedaan over de voorkeursgedragspatronen op grond van de gelijkenis van de ervaringen, d.w.z. ervaringen van dezelfde categorie. Simpel gezegd, de duidelijke voorkeur voor actieve ervaringen maakt het mogelijk om uitspraken te doen over het mogelijke gedrag in specifieke levenssituaties. Daarnaast laat de test ook de mate van intensiteit van de voorkeur zien, zodat er ook uitspraken gedaan kunnen worden over de kenmerken van het gedrag, zoals de gradatie van "betrokken" naar "agressief, provocerend" naar "hysterisch".

De kleuren die nodig zijn voor de testprocedure werden conceptueel ontwikkeld binnen het kader van de structurele functionele psychologie in klinische studies die meerdere jaren duurden. Het voordeel van non-verbale kleurdiagnostiek ligt in de spontane reactie van de testpersonen op een voldoende bekend en vertrouwd fenomeen - de verschijningskwaliteit van de kleur. Aangezien de categorieën van de psycho-logica zijn afgeleid van de subject-object relatie als logische basisfunctie, omvatten ze alle mogelijke houdingen ten opzichte van de omgeving en medemensen, evenals ten opzichte van zichzelf - en dus alle manieren van ervaring en gedrag.

Klik hier voor de online testevaluatie.